Tussen 1 en 3 jaar leert je peuter dat alles een naam heeft. Vanaf 2 jaar maakt hij al langere zinnetjes. Tussen 2 en 3 jaar kent je peuter ongeveer 900 woordjes! Bij moeilijke woorden laat hij vaak nog een klank weg. Bijvoorbeeld: stoel wordt ‘toel’ en klok wordt ‘kok’.
Vanaf 3 jaar ontdekt je kind dat er regels bestaan in taal. Door naar anderen te luisteren, leert hij zinnen te begrijpen. Hij gaat zelf ook zinnetjes maken. Het logisch vertellen van een verhaal of gebeurtenis is vaak nog wel moeilijk. Je peuter kan nu bijna alle losse klanken goed uitspreken. De s, l, en de r zijn misschien nog moeilijk. Soms wil je peuter iets te snel vertellen. Dan lukt het niet. En dan hapert hij even.
Let op! Zuigt je kind op zijn duim of op een speen? Dat kan slecht zijn voor de ontwikkeling van zijn spraak.
Langere zinnen
Rond zijn derde verjaardag kan je peuter zinnen maken van meer dan vijf woorden. Maar hij weet nog niet precies hoe het zit met de werkwoorden. Hij zegt bijvoorbeeld: ‘Ik heb pannenkoeken gebakt.’
Beter te verstaan
Een vreemde kan de zinnetjes van je kind nu steeds beter verstaan. Hij spreekt nog niet alle letters en woorden goed uit. Maar dat hoeft ook niet. Had hij eerder nog een eigen woordje voor iets? Daar gebruikt hij nu het goede woord voor.
Kijk ook eens op de website van de Nederlandse Federatie Stotteren.